Snijd de harde kontjes van de asperges. Was ze en schil ze goed. Gooi de schillen en kontjes niet weg, die gaan we gebruiken voor de bouillon. Pel de ui en snipper de ui. Verhit wat olijfolie in de pan en fruit de ui kort aan. Voeg de bouillon met de schillen en de kontjes toe en breng het geheel aan de kook. Laat de bouillon nu op een laag vuur 30 minuten koken met de deksel op de pan.
Schil intussen de aardappel en snijd in blokjes. Snijd de asperges in stukjes.
Haal na een half uur de pan van het vuur en schenk de bouillon door een zeef over in een andere pan. Druk met een houten lepel zoveel mogelijk vocht uit de schillen.
Voeg de aspergestukjes en aardappelblokjes toe aan de bouillon en laat het geheel op een laag vuur ca. 15 minuten koken. Kook intussen de eitjes hard en laat deze daarna afkoelen.
Schep vervolgens de helft van de aspergestukjes uit de pan (ik probeer er altijd zo veel mogelijk kopjes uit te vissen. Die vind ik het lekkerst) en bewaar deze. Pureer de soep met een staafmixer en voeg de bewaarde stukjes asperge weer terug aan de soep.
Snijd de eieren in kleine blokjes. Serveer de soep warm en garneer met de stukjes ei, Hollandse garnalen en zeekraal.
TIP: Op de foto zie je maar een beetje zeekraal, maar ik heb er daarna nog meer bij gemikt hoor. Dat was alleen niet zo fotogeniek.