Doe 2 liter water in een pan met 3 bouillonblokjes. Gaar de
kippendijen in de bouillon. Als de kip mooi wit en gaar is, haal je de
kippendijen uit de bouillon en zet je de bouillon even apart. Snijd het vel en
het vlees van de botjes af. Kluif eventueel de restjes af (zoals tante Kel dat
zou doen, haha). Bewaar alleen het kippendijenvlees. De botten en het vel heb
je nu niet meer nodig. Snijd de kip in fijne stukjes.
Maak een roux door de boter te smelten. Doe de bloem er in
een keer bij. Roer het geheel goed, zodat de bloem kan garen. Het mengsel wordt nu korrelig. Schenk vervolgens steeds een beetje bouillon bij de roux en roer voortdurend door. Ik gebruik altijd een garde, omdat dat lekker mengt. Als alle bouillon is opgenomen, er geen klontjes meer zijn en de roux is veranderd in een dikke saus, is de basis van je ragout klaar.
Hak de peterselie fijn en doe de helft, samen met de stukjes
kip bij de ragout. Laat de ragout op een laag vuur door verwarmen (niet laten koken). Proef de ragout en breng hem eventueel verder op smaak met de rest van de peterselie, zout, peper en nootmuskaat.
Bak de pasteibakjes af volgens de gebruiksaanwijzing op de
verpakking.
Als de pasteibakjes klaar zijn, snijd je het topje eruit,
schep je er een flinke lepel ragout in, zet je het topje er weer op en smullen
maar!
Waarschijnlijk houd je over. Ik heb volgens mij voor de hele
winter aan ragout in de diepvries staan! TIP: vries het per portie in. Deze
ragout is namelijk ook gewoon lekker om een keer op brood te doen!